|
|
We
lezen nogmaals in het Nieuwsblad van het kanton Puers. De laatste vijf
jaar van de negentiende eeuw zijn aan de beurt. Belangrijkste gebeurtenis
van 1895 is zeker de verkiezing van Adolf Verbelen tot burgemeester van
Puurs na een schokkende kiesstrijd. Maar er was nog wel meer nieuws te
rapen in de laatste vijf jaar van de 19de eeuw. Pastoor Van den Bossche
van Kalfort mocht zijn 25-jarig jubileum vieren. Twee Kalfortenaren werden
priester gewijd. Er werd gestolen. En nu en dan brak er brand uit op een
hoeve... Vergeten we tenslotte natuurlijk ook Kalfort kermis niet.
Burgemeestersverkiezingen
In 1895 werd het rustige politieke leven in Puurs opgeschrikt door de
opkomst van een scheurlijst van de "juge" of vrederechter, die
door het gezagstrouwe Nieuwsblad een "liberaalgezinde" lijst
werd genoemd. Alfons Stas, huidevetter van beroep, stelde zich op tegen
de "Verbelen-dynastie". Hij werd samen met enkele medestanders
verkozen, maar haalde niet voldoende stemmen om de heerschappij van Verbelen
te breken.
De nieuwe gemeenteraad was samengesteld uit een groep opposanten van Verbelen,
met name de landbouwers Petrus Hermans, Jan Baptist Janssens, Jozef Nuten
en Philippus Jozef Segers en huidevetter Alfons Stas en uit de Verbelen-getrouwen
olieslager Jan Frans De Block, geneesheer Frans Edmond De Cock, rentenier
Philippus Thimoteus Goossens, landbouwer Carolus Jozef Maes, zoutzieder
Charles Desiré Moens en notaris Adolf Verbelen.
De Kalfortse Fanfare "De Verenigde Vrienden" en de parochie-geestelijkheid
kozen partij voor Verbelen. Vooral onderpastoor Désiré De
Beucker mengde zich in de partijstrijd en aarzelde niet om van op de kansel
tekeer te gaan tegen de politieke tegenstanders. Onder meer Kalfortenaar
Jozef Nuten moest het ontgelden.
Op 29 maart 1896, 2de paasdag, werd Adolf Verbelen als burgemeester van
Puurs ingehuldigd. Hoofdonderwijzer August Huygens, Jules Mees en Joseph
Segers zetelden voor Kalfort in het feestcomité en stelden mee
het programma samen. Er zou een stoet worden samengesteld met 1000 figuranten
in 55 taferelen met een 100-tal paarden. "'t Zal eene bonte mengeling
zijn van maagden te paard, groepen te voet en praalwagens, het alles prachtig
uitgedoscht, het geheel opgeluisterd door bazuingeschal, muziek en feestliederen",
blokletterde het Nieuwsblad. De stoet zou worden gevormd op Hoek ten Eike
en zo naar Puurs trekken. 's Avonds was er een uitgebreide verlichting
van de huizen in Puurs voorzien. De volgende dag stonden er feesten geprogrammeerd
en was er vuurwerk in Kalfort. Er werden speciale treinen ingelegd om
de vele toeschouwers in Puurs te krijgen.
Het Nieuwsblad bracht uitgebreid verslag uit over de feestelijkheden:
"Wanneer we Maandag morgen het luchtruim inzagen werd het ons
droevig. De zolang betrachte dag was nu aangebroken en het weer dat met
Paasdag zo overheerlijk was, deed zich nu op met overtrokken lucht en
stofregen; waarlijk triestig voor zulk feest. En toch kon niemand de hoop
opgeven rond de noen de zon er weer te zien doorheen dringen, en werden
in twijfelachtige luim, stilaan de eerste toebereidselen gemaakt. De vlaggen
werden gehesen, jaarschriften en dichten geplaatst, versieringen aangebracht.
Rond 11 ure klaarde het wat op en daar weerklonken de 9 kanonschoten;
het feest wordt niet verschoven. Alles wat helpen kon, spoedde en werkte
om ter meest. En pas na de middag was de beweging in de straten reeds
overgroot. Groepen en wagens trokken op naar Calfort. Het vormen van de
stoet ging in voortreffelijke orde. 't was gelukkiglijk gedaan met regenen.
Rond kwart voor één ure ging de feestcommissie de heer Burgemeester
in zijn woning afhalen en stuurde Mr. Dr. Janssens, de geachte feesteling
en zijn waardige dame in enige welgepaste woorden de gulhartigste gelukwensen
toe, en bood Madame Verbelen een fraaie bloemruiker aan. Na enige woorden
van dank stapte de heer Burgemeester met de feestcommissie in rijtuig,
en omringd van een talrijke erewacht te paard reed men naar Calfort. Bij
de aankomst in de Schipstraat werd door de gemeentemaagd een welkomstgroet
tot de heer Burgemeester gericht en de stoet zette zich in beweging. Wat
pracht, wat frisheid, wat smaakvolle groepering straalde door in alles
wat de bewonderende aanschouwer te zien kreeg. (
)
Het is onmogelijk afzonderlijke vermelding te maken van de prachtig uitgedoste
groepen, de rijke en sierlijk geklede maagden en knapen te paard, de schone
praalwagens zo indrukwekkend opgetooid, en alles wat in dit "landjuweel"
zoals we 't dikwerf hoorden noemen, voorkwam. Het krachtige bazuingeschal,
de opwekkende aria's beurtelings door de Fanfaren van Calfort en de Koninklijke
Harmonie van Puers uitgevoerd, afgewisseld door lustige gezangen, spreiden
over het geheel die aangename stemming zoo eigen aan de opbeurende macht
der muziek. Waarlijk de eensgezindheid, de samenwerking aller Puersenaren
heeft wonderen verricht en iets daargesteld dat de eenstemmige hoogschatting
van alle toegestroomde nieuwsgierigen heeft weggedragen. Geen huis op
gans de doortocht van de praaltrein dat niet door jaarschrift, gedicht
of festoen getuigde van de vreugde, de medewerking zijner bewoners."
De burgemeester gaf een opgemerkte speech. (
)
Intussen was de stoet als in zegetocht rond de Puersheide rondgegaan
en kwam opnieuw voorbij het Gemeentehuis. Thans was het de beurt der maatschappijen
en ingezetenen hunne huldebewijzen te gaan bieden aan de heer Burgemeester.
Konden we al die heilwensen opnemen! Maar dit kan niet... ze zijn te talrijk!
Afgeveerdigden en maagdekens boden prachtige en kostbare bloemtuilen en
wij tellen er niet min dan een 15-tal: namens de Schuttergilde "Sint-Sebastiaan"
van Calfort, de Maatschappij "De Verloren Zonen" van Puersheide,
de Schuttersgilde "De Moedige Kampers" van Puers, de Fanfarenmaatschappij
"De Vereenigde Vrienden" van Calfort, de Vlaamsche Suikerbakkerij,
de Zangmaatschappij "Vermaak is ons doel" (bijgenaamd Witoogers)
van Puers, de Blokmakersstiel, de Maatschappij "De Schuppenzotten"
van Puers, de Bemanning van den schooner "Marie-Louise", de
Maatschappij "De Puersche Bolders", de Pottenbakkerij, de jaargetijden
, de Wafelbakkerij, de Koninklijke Harmonie "Sinte-Cecilia"
van Puers en de Maatschappij "De Puersche Wielrijders".
Voor allen had de heer Burgemeester, soms innig ontroerd, een hartelijk
en gepast woord van dankbetuiging. Vervolgens heeft de heer Burgemeester
met de feestcommissie en de overheden in rijtuig, vergezeld door de erewacht,
de verschillende straten der gemeente doorkruist, door de bevolking en
vreemdelingen eerbiedig en feestelijk begroet. De vreemdelingen doorwandelden
de straten overal de versieringen nagaande, en nooit heeft Puers hun zoo
talrijk mogen ontvangen; er werd ook goed verteer gemaakt, en toen de
avondschemering inviel begon aller aandacht getrokken te zijn op de verlichting.
Wat betoverend schouwspel leverde ons deze! Transparanten fijn bewerkt
met bonte kleuren, deden uitroepen van bewondering ontglippen en midden
die zee van licht, door ontelbare glaasjes en een massa ballonnetjes op
straat gestort, heerste ware vreugde en bewondering. Rustig en aangenaam
liep de dag ten einde, tot ieders voldoening.
Maar, zo kon dit schone feest niet sluiten. 's Dinsdagsnamiddag togen
de maatschappijen, in bijwezen van de heer Burgemeester, naar den Kleinen-
en Eykschen Amer, Sauvegarde, den Luyaardshoek en Coolhem, de vrienden
en medewerkers dier gehuchten een bezoek brengen. En toen het reeds donker
was geworden kwam men opgeruimd te Calfort, dat nu ook voor een fraaie
schilderachtige verlichting had gezorgd. 't Was er oprecht lief en 't
maakte het aangenaamste effect. De vrolijkheid steeg ten top toen de muziekmaatschappijen
van Puers en Calfort gezamenlijk pas-redoublés uitvoerden. Van
waar het volk die dinsdagavond te Calfort was bijeengekomen is wonderlijk.
't Was de moeite waard, en die er geweest zijn beklagen het zich niet,
verre van daar. Rond 9 ure werd het vuurwerk afgestoken, dat wel gelukt
mag heten. En toen hadden we een feest achter de rug dat altijd in ieders
geheugen zal blijven en bij menige gelegenheid met ere zal kunnen bedacht
worden. De feestcommissie en vooral haren ieverige voorzitter Dr. Janssens,
ja de ganse bevolking, haalt eer van haar werk.
Lang leve burgemeester Adolf Verbelen!
Personalia
Kalfortenaar Victor Jozef Maes (°05/2/1872-+25/06/1938),
leerling in het Grootseminarie van Mechelen, werd op 2 februari 1898 tot
priester gewijd. De dag daarop droeg hij zijn eremis op in de kerk van
Kalfort. Hij werd onderpastoor in Willebroek tot in maart 1915 en trok
daarna naar Nederland. In 1920 werd hij pastoor benoemd in Baarle-Hertog.
Op 4 april 1899 droeg Jules Amandus Duvivier (°08/01/1874-+20/11/1948)
zijn eremis in Kalfort op. Hij werd leraar aan het college in Dinant en
vanaf 1906 directeur van de zusters Franciscanessen in Sint-Job-in-'t-Goor.
Vijf jaar later werd hij aalmoezenier bij de dienstmaagden van de H. Harten
van Jezus en Maria in Kontich en van 1913 tot 1942 directeur van de Hospice
Meyer in Mortsel. Hij eindigde zijn loopbaan als aalmoezenier in het gasthuis
van Puurs.
In 1896 werd dokter Armand Janssens, lid van
de bestendige deputatie te Puurs, bij KB benoemd tot Ridder in de Leopoldsorde.
Aan alle huizen werd de Belgische vlag gehesen. 's Avonds vereerden de
Koninklijke Harmonie en de Fanfare van Kalfort hun achtbaar lid met schone
serenades.
In oktober 1898 berichtte het Nieuwsblad dat August De Hertogh
met de grootste onderscheiding, het eerste Diploma had behaald
van mechaniek en bier brouwen in de brouwerijschool te Gent.
Op 28 april 1899 overleed het eerste lid van de Spaarmaatschappij en lid
van de fanfaremaatschappij August Kerremans,
klerk-tekenaar bij de technische dienst van de provincie.
Huldeviering pastoor Van den Bossche
Op dinsdag 27 december 1898 vierde Kalfort het zilveren jubileum van zijn
pastoor Egidius Franciscus Van den Bossche. Dag op dag was het 25 jaar
geleden dat hij pastoor werd in Kalfort. Het Nieuwsblad van Puurs bracht
het volgende verslag.
"Onmogelijk een omstandig verslag op te stellen! Alles was uitermate
wel! Prachtige versiering: overal vlaggen, wimpels en jaarschriften. Een
dubbele rij groene bomen en gewas stond geplant van aan de pastorij tot
aan de kerkdeur; op ieder uiteinde een prachtige zegeboog. Reeds van 9
ure was de kerk proppensvol. De schone versiering en de kostelijke geschenken
op een zijaltaar ten toon gesteld, droegen ieders bewondering en goedkeuring
weg. Om 10 ure plechtige mis van dankzegging door de jubilaris, bijgestaan
van zes geestelijken, allen Kalfortenaars. Een schone mis van Schmid,
voor de omstandigheid aangeleerd, werd onder de leiding van M. Duvivier,
kundig uitgevoerd. De eerw. P. Bloete beklom de predikstoel der kerk waar
hij zelf over 29 jaren dag op dag zijn eerste H. Mis opdroeg. De beroemde
predikant vond roerende woorden om zijn goede vriend, de achtbaren jubilaris,
en tevens zijn dorpsgenoten geluk te wensen. Ook was de ontroering algemeen
en ieders gemoed kwam vol. Na de mis plechtig "Te Deum". 's
Namiddags kwam de fanfare de feesteling hunne hulde brengen en hunne gelukwensen
in welgepaste woorden aanbieden. 's Avonds prachtig, kunstig afgewisseld
vuurwerk lijk wij er in de omtrek nog nooit een te zien kregen. Ondanks
de hevige wind en de volle maan mag het opperbest gelukt heten. De naam
van den E. Heer Pastoor met de jaartallen 1873-1898 in vurige letters
wekte ieders bewondering op. Kortom allerschoonst feest dat nog lang in
het geheugen zal blijven van de achtbare jubilaris en zijn verkleefde
parochianen. Het strekt hun allen tot lof en bijzonder den ieverige onderpastoor
E.H. De Beucker, die noch moeite noch kosten gespaard heeft om het feest
zoveel luister mogelijk bij te zetten.
LIeVe VroUW Van CaLfort, besCherM gIJ Den IeVerIgen JUbILarIs."
Ongevallen
Op zondag 3 maart 1895 vermaakten drie jonge waaghalzen van negen jaar
oud zich op de Molenbeek. Zij vaarden met ijsschalen op de beek. Nabij
de brug brak hun broos vlot middendoor en de knapen duikelden in het koude
water. Gelukkig kwamen zij er met een ijzig bad van af. Twee konden gemakkelijk
worden gered, maar de derde kon slechts d.m.v. een lat op het droge worden
getrokken.
Op woensdag 22 april 1896 was de metsersgast L. Van C. van Puurs, werkzaam
op het dak van de koopman in wild Frans Rottiers in Kalfort. Het huis
heeft volgens oppervlakkige schatting een hoogte van 7 à 8 meters,
van de grond tot aan de kornis. Rond 11 ½ ure was hij bezig de
vorstpannen aan 't strijken, hij verloor het evenwicht en viel van het
dak. Toen enige personen ter hulp kwamen, vonden zij hem bewusteloos op
de grond. Hij verloor veel bloed. Seffens werd de ongelukkige binnen gebracht
en geneeskundige hulp bijgeroepen. Deerlijk was de arme 17-jarige jongeling
gesteld: een breuk aan de bil, de schouder ontwricht, een wonde aan het
been welke men denkt veroorzaakt te zijn door op zijn zakmesje te vallen,
en daarbij in het aangezicht erg getroffen, welke laatste kwetsuren hij
ongetwijfeld heeft bekomen door op zijn truweel te vallen. De volgende
dag overleed de brave jongen.
Op zondag 7 maart 1897 vernielde een geweldige brand 's nachts de schuur
en stallingen van Victor Peeters, landbouwer aan de Schaliënhoeve.
Toen de bewoners het vuur bemerkten, was het al te laat om iets te redden.
Men lukte er slechts in de woning te vrijwaren. De inhoud van de schuur
werd de prooi van de vlammen: drie koeien een meute en een varken verkoolden
in de stallen. Een van de koeien, die binnen een 16-tal dagen moest kalven,
was helemaal "opengeborsten". De schade werd op 2400 fr. geraamd.
Men merkte dat tijdens het redden van meubels en huisraad, meerdere voorwerpen
waren verdwenen, en het "kofferfort" beschadigd was. Omdat men
kwaad opzette vermoedde, kwam het Parket van Mechelen ter plaatse om een
onderzoek in te stellen.
Zaterdag 10 december 1898 vernielde een brand de woonstede van schoenmaker
Joseph Dewachter achter "de hovenen". Het huisje en bijna heel
de inboedel werd vernield. Niets was tegen brandgevaar verzekerd. De schade
is niet zeer groot, maar in dit geval nog te erg.
Zaterdag 28 januari 1899 brak er brand uit in een rij van zes aaneengebouwde
werkmanswoningen, ter plaats gezegd "de vijf huizen". De brand
ontstond in het eerste van de huizen, langs de zuid- of dorpszijde, bewoond
door de echtgenoten Frans Rousseau, leurders die er ook herberg en winkel
hielden. Op het ogenblik van de ramp waren de bewoners afwezig. Door de
hevige zuidenwind hadden de vlammen zich spoedig overgezet, zodat in 10
minuten tijd vier van de woningen met het grootste gedeelte van de inhoud
werden vernield. De twee huisjes langs de noordzijde konden worden gered.
De gebouwen waren alle tegen brand verzekerd. De totale schade wordt geschat
op 4000 fr. De oorzaak van de brand was niet bekend. Deze brand werd aanleiding
tot stichting van de Vrijwillige Pompiers van Kalfort, kern van de latere
muziekmaatschappij.
Criminaliteit
Kleine diefstallen en gewelddaden waren in onze streek eind negentiende
eeuw schering en inslag. Het Nieuwsblad ruimde er ook zeer graag
plaats voor in. Eerst de vele verhaaltjes over diefstallen.
Op donderdag 10 januari 1895 liep een jonge dievegge, een 17-jarig meisje
uit Kalfort, tegen de lamp. In de winkel van Delhaize bestelde zij een
hoeveelheid winkelwaren ten belope van omtrent 3 franken op naam van Desiré
S. van Puurs, en ook enkele "bonbons" om de kleine te doen zwijgen
wanneer deze in zijn stoeltje zat. 't Werd bijtijds ontdekt; men stelde
niet veel vertrouwen in haar gezegden en de jonge bedriegster ondervond
dat haar list niet goed bedacht was. Ze had zichzelf voorbij geklapt:
M.S. heeft gene kleine. Zij spoedde zich de deur uit en zette het op een
loopke. Zij werd echter achtervolgd en tegengehouden en is herkend.
Een meid, zekere M. van Kalfort, die te Antwerpen in dienst was, had op
maandag 1 april 1895 in de vroege morgen haar post verlaten. Op aanklacht
van haar meester is er deze week door onze politie bij haar een huiszoeking
gedaan, wat tot de ontdekking van vele voorwerpen heeft geleid, welke
haar niet toebehoorden.
In de nacht van 30 op 31 december 1896 werd ingebroken in de kerk van
Kalfort. Met behulp van een ribbe hout, gestolen in het werkhuis van schrijnwerker
Jozef Van Herstraeten, rechtover de kerk, hebben de schelmen de ijzeren
tralies van voor het venster van de sacristie weggebroken, een ruit verbrijzeld
en de langs binnen sluitende blinden weggerukt. Om binnen te dringen,
hebben ze ook eerst nog een ladder gestolen bij schilder Modest Van Ingelgem
in het dorp.
Eens in de sacristie moeten zij met volle gerustheid hebben gewerkt, want
de plaat van het geheimslot van het "kofferfort" is met groot
geweld en dus ook wel met groot gerucht ingedrukt en doorgestompt, zodat
de schelmen langs daar het slot en koffer konden openen. Hieruit ontstolen
zij:
1° Een remonstrantie met zilveren voet, kroon en vergulde stralen
ter waarde van fr. 200
2° 2 kelken waarvan een zilveren en een vergulde 200 fr.
3° Een ciborie in zilver, waarde 100 fr.
4° Een wierookvat in zilver, waarde 250 fr
5° Een zilveren schotel met 2 ampullen, waarde 25 fr.
6° Een klein zilveren potje, waarde 15 fr.
7° Een reliekhouder in zilver van het H. Kruis, waarde 35 fr.
8° Het beslag in zilver van een misboek, waarde 50 fr. De misboek
is teruggevonden in een rapenveld achter de kerk.
Pas 's morgens ontdekte men de diefstal. Men heeft vastgesteld dat een
persoon met valies, die 's morgens na de diefstal van Oppuurs, te Puurs
met de trein van 5 uur naar Antwerpen vertrokken is, ook donderdagmorgen
met dezelfde trein is weggereden en dat een vreemdeling woensdag in de
omtrek van de kerk heeft geslenterd en de herbergen heeft bezocht. Het
onderzoek dat ingesteld is, heeft verder nog weinig aan het licht gebracht.
Het parket is ter plaatse geweest.
Er werden heel veel diefstallen van kippen en konijnen opgetekend. In
de nacht van maandag 1 juli 1895 op dinsdag werden ten nadele van Henri
De Schryver, landbouwer op de Dries, een grote partij kiekens gestolen,
ter waarde van wel 200 fr. De dieven braken de stal open en ontvreemdden
een 50-tal grote kiekens. Verscheidene kleine kipkens lagen nog in het
hok door een hond doodgebeten. Begin 1897 ontvreemdden onbekenden op het
kasteel Coolhem 15 konijnen, en ten nadele van Henri Meersmans stal men
een geit. De kleine diefstallen volgden elkaar snel op. In januari 1897
werden er vijf kiekens gestolen bij Frans Flerackers. Enkele weken later
stal men vier witte konijnen op het kasteel Coolhem, vijf kiekens bij
blokmaker Aloïs Van Bogaert en vijf kiekens bij Jan De Hertogh. In
juni werden bij Joannes Ielegems negen grote en elf kleine kiekens en
een haan meegenomen. In juni 1897 werden er bij Florent Saerens verscheidene
kiekens gestolen. En bij de kinderen Veeckmans, op de weg naar Kalfort,
gingen dieven in september 1899 aan de haal met twaalf kippen.
Dat sommige dieven niet vies gevallen zijn en zowel paardenvlees als konijnen
en kiekens hun van pas komen, besluit men uit het volgende, dat in februari
1897 heeft plaats gehad. Bij landbouwer Frans Vanherstraeten, in Hoek
ten Eike, kwam een veulen ter wereld, maar het arme beest stierf diezelfde
nacht. Men bood er een frank voor, maar op zulke prijs verklaarde de eigenaar
het liever in de put te steken, en aldus geschiedde. Enige tijd later
werd het 's nachts terug uit de rapenvoor opgehaald en ontvreemd. En dan
zou men er nog willen aan twijfelen dat er dieven zijn in de omtrek!
Ten nadele van Victor Van De Ven, herbergier in het dorp, werd in augustus
1897 een gedeelte van zijn partij vlas ter waarde van 35 à 40 frank,
dat op de "brei" lag in het Moer, gestolen.
Eind augustus 1897 waren er kapelletjesdieven op ronde. Er werd ingebroken
aan de Hand en aan het kerkhof in Kalfort. Hetzelfde gebeurde in oktober
1898. Toen werd ook in alle kapelletjes in de wijde omtrek ingebroken.
In Kalfort werden het kapelletje op de Lichter en dat van de Schipstraat
getroffen.
In december 1898 probeerde men in te breken bij blokmaker Pit De Wachter,
aan de steenweg Puers-Calfort. Toen de vrouw met twee van de kinderen
uit de keuken kwam om ze te slapen te leggen, vluchtte plots een kerel
van achter de herbergstoog het huis uit langs de voordeur. Om niet herkend
te worden, bukte hij zich zo hard hij kon en dit gelukte hem. In de slaapkamer,
achter de herberg had hij de bovenste lade van een kas uitgetrokken en
die in het bed gezet om zo de deurtjes omlaag te openen. Hier lag een
"borze" met omtrent 700 fr. verborgen, doch niet in het sigarenkistje
zoals gewoonlijk, maar onder het lijnwaad. De dief had ze daar niet gevonden
en heeft ook niets anders meegenomen. Hij moet verrast geweest zijn want
een spaarpot van de kinderen met 30 fr., stond naast het sigarenkistje,
pakkens gereed.
Eind 1898 gebeurde er ook een echte kruimeldiefstal. Henri Van Achter
had een baksel brood in de oven van zijn buur August Nuten gestoken. Toen
het brood moest worden uitgehaald, werd er vastgesteld dat het verdwenen
was en de lege broodplaat gewoon was teruggezet. Hier stal men dus het
brood uit de oven!
Op dinsdag 8 juni 1897 kwam bij de weduwe Alfons Verbeeck, barreelwachtster
aan de Coolhemdreef, een vreemdeling die haar vroeg in huis zijn pijp
eens te mogen aansteken. Terwijl de vrouw dienst deed voor de trein die
naar Mechelen reed en de persoon een deftig voorkomen en kleedsel had,
zegde zij hem enkel: "Ge zult op de schouw de stekskens wel vinden".
De vreemdeling ging binnen en toen de vrouw binnenkwam, haastte hij zich
het huis te verlaten. Spoedig bemerkte de barreelwachtster dat een zilveren
zakhorloge, welke tegen de schouw hing met de vreemdeling verdwenen was.
De veldwachter Frans De Schryver werd verwittigd. Met de persoonsbeschrijving
die hij van de vrouw ontving, startte hij onmiddellijk een zoektocht.
De jacht op de dief werd vlijtig aangevat tot in de Molenstraat, waar
de veldwachter hem vatte op het ogenblik dat hij naar het horloge aan
het kijken was. Terwijl de veldwachter het uurwerk wegstak, kon de dief,
die een zeer sterke kerel was, zich loswringen, en nu begon de vlucht
over velden en grachten, door granen en alles, tot hij eindelijk rond
twee uur, in de Konijnenstraat, opnieuw werd gevat. Met de trein is hij
naar Mechelen gevoerd en ter beschikking van de heer Procureur des Konings
gesteld. Het is een zekere Petrus van Assche, 37 jaar oud, ongehuwd, 1
m 70 lang, met vosse baard, dragende een klak en gekleed met vos gestreept
kostuum, geboren en woonachtig te Lissewege bij Brugge. Hij had 70 centiemen
en 4 doosjes stekskens op zak. Hij zegde kleermaker van stiel te zijn,
op zoek naar werk. Maar het is zeker dat hij landloper en dief van beroep
is, en de veldwachter De Schryver onze streek van een zeer gevaarlijke
bandiet verlost heeft.
Ook werden er een reeks gewelddaden opgetekend.
Een brutale en laffe aanval werd op zondag 25 augustus 1895 gepleegd.
De genaamde Frans De Wachter, veldwachter in Mortsel, geboortig van Kalfort,
was ter gelegenheid van de kermis thuis op bezoek. 's Avonds was hij in
burgerkleren in gezelschap van zijn broeder Jozef en drie heren van Mortsel
in het dorp. Toen hij rond 8 ½ uur een herberg betrad, werd hij
op eens vastgegrepen en omver gekletst, enige meters verder gesleurd,
gestampt en geslagen voor dood. Het bloed stroomde uit grote wonden aan
het hoofd en een van zijn "knoesels" werd zo bezeerd dat hij
er niet meer op steunen kon. Zijn broer Jozef die wilde tussenkomen ontving
een geweldige slag met een pintglas op het hoofd, zodat hij ook een gapende
wonde bekwam. Toen trokken de woestaards haastig af. De bende aanranders
waren wel 30 in getal en ongetwijfeld kenden zij hun slachtoffers niet,
want uit het ijverig onderzoek is reeds opgemaakt dat het kerels zijn
van Hingene en Bornem, die er nooit ver af zijn als er vechtpartijen of
aanrandingen worden gepleegd. Wie er hier de haantjes vooruit zijn geweest,
schijnt ook vastgesteld. Dat het gerecht ze eens duchtig nijpe, want van
zulke rakkers verlos onze kermissen! De toestand der gebroeders De Wachter
is thans zeer voldoende en gelukkig mag men nog op hun spoedige herstelling
hopen.
Op zondag 8 augustus 1897 rond 9 ½ ure 's avonds kwam de genaamde
Frans Brouwers, werkman, wonende te Puurs-Kalfort, van Ruisbroek huiswaarts.
Op de steenweg tussen de ijzerenweg Antwerpen-Douai en de herberg genaamd
"Coolhem", werd hij aangerand door drie kerels, zekere Pintens,
Florentinus De Wachter en Jan De Boeck, soldaat-kanonnier, alle drie van
Ruisbroek. Brouwers werd zijn nikkelen horloge ontrukt en men poogde ook
zijn geld te ontnemen, doch dit lukte niet. Toen werd hij op de grond
geworpen en afgerost. De gendarmerie van Puers heeft een onderzoek ingesteld
en bij De Boeck het horloge en een kneukelijzer in beslag genomen. Het
parket van Mechelen kwam ter plaatse
Begin 1898 is een geweerschot gelost in het venster van de logeerkamer
op het kasteel van M. Van den Wiele te Puurs-Kalfort. De ruiten werden
verbrijzeld en de loodkorrels drongen in het plafond. Gelukkig werd deze
kamer niet beslapen. Vervolgens hebben de kwaaddoeners in de herberg "Coolhem",
meer genoemd "Het Bierhol" niet ver daar vandaan, bij middel
van een tweede schot de waaier van de deur verbrijzeld. Zo talrijk zijn
de zaden der kardoes in het uithangbord gedrongen alsof het door de molm
was doorgeknaagd. Deze brutale feiten werden ongetwijfeld door wildstropers
gepleegd.
In juni 1898 werd ook bericht over een gevaarlijke kapoenenstreek. Drie
schoolknapen van rond de negen jaar oud hadden een groot stuk ijzer op
de rails gelegd van de spoorweg Mechelen-Terneuzen, tussen de wachthuisjes
aan de Coolhemdreef en de jongensschool. De reizigerstrein van Mechelen
naar St-Niklaas botste er op. De schok was groot, maar het ijzer sprong
enkele meters verder weg en er had gelukkig geen ontsporing plaats.
Op maandag 9 mei 1898 deed veldwachter De Schryver van Kalfort een goede
vangst. Het gekende en gevreesde "Molleken" Constant Bettens,
geboren en woonachtig te Kalfort, die reeds verscheidene jaren te Hoogstraten
verbleef, was aldaar met vele andere kostgangers ontsnapt en gevlucht.
Dat "Molleken" te Hoogstraten tot geen betere gevoelens gekomen
is, heeft hij bewezen, door op de korte tijd dat hij hier opnieuw heeft
rondgedoold, meerdere personen aan te randen en geld af te nemen, zodat
het vrouwvolk met schrik naar de veldarbeid ging. Door de veldwachter
gevat en opgeleid, zullen die ontsnapping en kwade streken hem duur te
staan komen. Ze mogen hem ginder goed houden!
Een jaar later was het opnieuw prijs. De "mol" was opnieuw Merksplas
ontvlucht. Veldwachter De Schryver kon hem voor de tweede keer aanhouden
en aan de gendarmerie overleveren, "die gezorgd heeft, dat hij opnieuw
in de Kempische hei kan gaan wroeten".
Kalfort Kermis
Het grote evenement van het jaar bleef zonder enige twijfel Kalfort Kermis.
Over het tijdstip van de begankenisweek heerste toen – net zoals
nu – al wel eens twijfel. In 1899 kondigde het Nieuwsblad de kermis
als volgt aan: "Wanneer is 't van 't jaar Calfort-kermis? De vraag
werd ons reeds gesteld en dit geeft gelegenheid er iets meer over te zeggen.
De negendaagse alomgekende bedevaart tot O.L.V. van Calfort, steeds gelijkvallende
met de kermis, heeft altijd haar begin op de tweeden zondag na O.L. Vrouw
Hemelvaart, 't zij 15 augusti of Half Oogst, zodat dit jaar de begankenis
en kermis begint op zondag 27 augusti aanstaande. Negen achtereenvolgende
dagen geschieden in de kerk bijzondere plechtigheden en duizenden vreemdelingen
komen jaarlijks hunne godsvrucht tot Maria in haar heiligdom te Calfort
betuigen. Ook de kermis wordt te Calfort dapper gevierd, en de foorkramers
zullen de nodige plaatsen verschaft worden voor het stellen hunner kramen,
barakken, paardjesmolens enz., doch het zal goed wezen bijtijds naar een
plaats uit te zien."
Van heinde en ver stroomden met Kalfort kermis inderdaad mensen toe om
Onze-Lieve-Vrouw te vereren, allerlei zaken te kopen, te dansen en te
vieren. Er was dan ook van alles te beleven. Prijskamp op de doelen, gegeven
door de maatschappij De Jonge Sint-Sebastianen, gevestigd bij Modest van
Ingelghem "In Sint-Joseph". Duivenprijskampen uit Quiévrain
bij J.B. De Cat in herberg "in de Kat" in het dorp. Bij Charles
Suys, bijgenaamd "Den Duim" speelde een nieuw prachtig orgel
op karton en cilinder, dat 100 verschillende dansen kon spelen. In 1896
was de reus Constantin op de kermis te gast. Hij was niet minder dan 2
meter 45 groot. Tijdens de kermisdagen van 1895 waren er extra goede Philipiensche
mosselen te bekomen bij Leopold Borghys, eerste huis over de brug (steenweg
naar Puers).
Hoefsmid en kachelmaker Gerard Saelmans, bijgenaamd den Hollander, verwittigde
het publiek dat zijn magazijn nog meer dan vroeger voorzien was van alle
soorten van stoven en cuisinières. De grote verkoop, eigenhandig
en op trouw gemaakte artikels, maakten volgens hem alle concurrentie onmogelijk.
Men kon er met de kermis grote afslag krijgen op stoven en cuisinières
en in het bijzonder op keuken- en landbouwgerief.
Ook koffiebrander Van Reeth-Cools uit Puurs wilde zijn graantje meepikken
van de kermisvierders. Hij pakte in 1895 uit met volgende in het oog springende
advertentie:
"Brave menschen van Calfort.
Ik hoop dat Gijl, dit jaar wederom eens zult zorgen, dat de mensen die
komen om O.L.Vrouwken te bezoeken een tas lekkere en straffe koffie hebben,
met wat goeds er bij om te eten. Ik heb voor alles gezorgd, onze beste
kleine koffie kost nu 50 centen per ½ kilo, ik heb er ook van 40
centen, maar als gij er van drinkt zoudt ge kunnen zuur zien naar mij,
en dit heb ik niet geerne. Onze beste grote 78 centen, ik heb nog twee
andere soorten, maar die verkoop ik bijna niet. Bitteren gewaarborgd zuiver
13 ½ centen de kilo. Ik heb suiker (tamelijk goed) van 37 centen
de kilo, maar onze beste kost 46 centen. Gezaagd broodsuiker 42 centen,
koppen broodsuiker brut 40 centen. Hollandse kaas (beste) met het bolleken
80 centen de kilo. Gerookte fijne hespen (vrienden lekt ge nog niet aan
de lippen) tegen 47 ½ centen. Hespen zonder benen, aan 60 centen,
alles goed of geld terug. Krenten 24 en rozijnen 30 centen de kilo. Beste
bloem voor 10 kilos 2,15 fr.
Brave mensen, Gij ziet wel dat ik om zoo te zeggen, met alles afgeslagen
ben. Daarom hoop ik dat Gijl, ook de mensen wederom minzaam en goedkoop
zult bedienen. Dan zullen wij de vrienden van O.L.V. alsook der bedevaarders
zijn. Allons vrienden, ik zou nog zooveel moeten schrijven; maar later
ook nog wat.
UEd. Vriend. Van Reeth-Cools."
In elk geval was Kalfort kermis een evenement waar velen in de wijde omtrek
naar uitkeken. Enkel met het spoor kwamen er duizenden mensen naar Kalfort.
Diverse berichten
Lotgeval van een varken
Op dinsdag 24 september 1895 werd het vet varken van de kinderen Goossens
te Kalfort in de vroege ochtend op een handkar geladen, om naar de slachter
te worden gevoerd. Toen het beest er bijna op was, gaf een der aanwezigen
de "spekman" een slag op zijn hespen. Het dier schrok en was
met een sprong over het spaan van de kar. Maar wat een plons! De vierhonderdponder
tuimelde in de steenput. Ginder beneden, koel en fris was het een geplits-geplets
terwijl de aanwezigen er verrast stonden naar te kijken. De genaamde Frans
Talboom (meer gekend Frans Verheze) is dan in de put gedaald en heeft
het dier een koord rond de romp geslagen. Toen men volop aan het trekken
was, slibberde het touw over zijn malse buik en opnieuw lag het beest
in het water te spartelen. De tweede maal bond Verheze het varken beter
vast en met een windas trok men de drenkeling er uit. Het beest heeft
wel een kwartier tussen water en lucht gehangen, en wat aangenaam gezang
het toen ten beste gaf, heeft men daar maar al te goed gehoord. Er is
met de grap duchtig gelachen en Talboom, die er 5 fr. bij verdiende is
er zeker niet kwaad om. Het beest had niet het minste letsel. Daar moet
ge varken voor zijn!
Twee eskadrons ruim 200 man, van het 4de lanciers, komende uit het kamp
van Beverlo, overnachtten van woensdag 5 tot donderdag 6 augustus 1896
in Kalfort.
Voerlieden opgepast!
In zitting van 7 oktober 1896 heeft de Gemeenteraad van Puurs het volgende
belangrijk besluit genomen:
Gezien de omzendbrief van de Heer Gouverneur der provincie van 3 Juli
1896 de wens uitdrukkende in het plaatselijk policie-reglement een bepaling
te zien lassen bij welke, op straf van boet, een der zoomwegen van de
buurtsteenwegen zou voorbehouden blijven voor voetgangers, wielrijders
en het leiden van kruiwagens. Overwegende dat zulke bepaling noodzakelijk
geworden is tot een goed onderhoud der buurtwegen.
Besluit:
Het volgende reglement daarover vast te stellen:
Art. 1 - Het leiden van rijtuigen, paarden en vee is verboden op de zoomweg
langs de volgende gemeente-steenwegen:
1° van Puers (dorp) westzijde naar Oppuers, langs de linkerzijde des
steenwegs.
2° van Puers Statieplaats naar Eykevliet, langs de linkerzijde des
steenwegs.
3° van Calfort naar Breendonck, langs de linkerzijde des steenwegs
4° van Calfort naar Luyaardshoek, langs de rechterzijde des steenwegs.
Art. 2 - De overtredingen aan dit reglement zullen gestart worden met
eene boete van 5 tot 25 fr.
De zaadscheider zal in 1897 ter beschikking zijn, van 1 tot 26 augustus
bij Louis Lemmens (Schaliehoeve) te Calfort. Gezien de goede uitslagen
in het afgelopen jaar bekomen, kunnen wij de landbouwers niet genoeg aanraden
dit zo nuttig werktuig te gebruiken.
De keuring der stieren zal te Kalfort plaats hebben op dinsdag 2 november
1897, om 9 uur voormiddag, aan de Gemeentelijke Meisjesschool in de Schipstraat
voor de gemeenten Puurs, Liezele, Breendonk, Wintam en Eikevliet. Het
is nuttig aan de eigenaars van stieren te herinneren dat volgens het nieuw
reglement, het verboden is stieren tot de openbare springdienst te laten
dienen, indien zij niet door de Keurraad zijn goedgekeurd. Om tot de keuring
toegelaten te worden, moeten de stieren geringd zijn.
Op Zondag 28 Mei 1899, om 4 ure 's namiddags, speelt de fanfaremaatschappij
van Kalfort o.l.v. F. Verbeeck een puik concert, aan de herberg "Den
Aspot" (Dries). Het programma wordt uitgevoerd:
1. En garde, Marchel (Jos. Kessels)
2. La Gentille, Valse (J. Kalma)
3. Belgisch Bloed, Fantaisie (G. Feremans)
4. Le Rieur, Mazurka (L. Ellegiers)
5. Regarde-toi, Pas-redoublés (G. Dickers)
6. Voix Roumaines, Ge valse de concert (J. Kessels)
7. Lentenacht, Schottisch (L. Verbeeck)
8. Op reis (En voyage), Slotmarche (J.B. Minne)
|