In de praatstoel: Maurits Saerens

   
Overzicht van historische artikels op deze website
Maurits Saerens

 

 

Maurits Saerens heeft een hele loopbaan in de kerkfabriek van Kalfort afgelegd. Hij werd lid in 1959, in 1961 schatbewaarder en in 1996 voorzitter. Onlangs besliste hij er definitief een punt achter te zetten, na 43 jaar engagement! Het leek ons een mooie gelegenheid om eens met Maurits te gaan praten. We vonden Odila en Jos bereid een interview af te nemen van Maurits van Mon Strop, zonder enige twijfel een levende encyclopedie over wat er zich in de kerk en de parochie de afgelopen decennia afspeelde! Maurits neemt zelf het woord…
Ik ben geboren in Kalfort in de Schipstraat, waar wij nog altijd wonen, op 28 maart 1921. Mijn ouders waren Mon Saerens en Maria De Saeger. Ik was de oudste van vijf: drie jongens en twee meisjes, waarvan één broertje vroeg gestorven is. Op 5 oktober 1948 ben ik in Kalfort getrouwd met Jeanne Moons. We hebben vier kinderen en vijf kleinkinderen.
Ik ben schrijnwerker geworden, eerst als gast bij Peerke Saegers (grootvader langs moeders zijde) en dan bij mijn vader Mon Strop. In 1947 ben ik zijn opvolger geworden.

In Kalfort heb ik zes pastoors gekend.
Pastoor Boeykens, waar ik catechismusles van kreeg en waar ik mijn Eerste Communie bij deed.
Pastoor Verreydt, waar ik in 1932 mijn plechtige communie bij deed en bij wie ik elke zondag voor het lof catechismus van Volharding volgde.
Hij liet in 1930 de parochiezaal bouwen. Ook de mooie glasramen liet hij in de vorige kerk plaatsen. Ze werden teruggeplaatst achteraan in de nieuwe kerk.
Pastoor Boey, die ons in 1948 getrouwd heeft.
Hij liet in 1952 de mooie rozenkrans aanleggen met de 15 beelden van Herman De Cuyper van Blaasveld. Ook de zaal van de kleuterschool liet hij bouwen. Om de schulden af te betalen verkocht hij zijn huis in Mechelen.
Pastoor Putseys, die de nieuwe kerk en een nieuwe pastorie liet bouwen.
Pater Fons, onder wiens pastoorschap de ommegang werd vernieuwd en die een ommegangmagazijn liet bouwen
Pastoor Guy, die ook deken is van Klein-Brabant en Vaartland.
Door Kardinaal Van Roey werd ik gevormd in de kerk van Kalfort in 1933.

In de kerk ben ik begonnen in 1946 bij pastoor Verreydt. Pater Alberic (van de abdij van Bornem) vroeg me om elke eerste zondag van de maand, na de hoogmis, in de processie te gaan binnen in de kerk. Ik moest één van de vier grote flambeeuwen dragen. Daarvoor moest ik een rocket (koorkleed) aantrekken. In navolging van Muske Wauters deed ik de kaarsen van de flambeeuwen branden. Zo gingen er wel vijftig mee in die processie.

In 1947, tijdens de Maria-missies, ging ik voor de eerste keer rond als schaalmeester. Dit heb ik 12 jaar gedaan. In 1959 ben ik in de kerkfabriek gekozen als opvolger van Miel van Fien Neef. Het bestuur van de kerkfabriek zag er bij mijn verkiezing als volgt uit: voorzitter Louis Van Achter, Jan Maes, Jan Schellemans, Ree Cools en ikzelf (altijd vijf man). In 1961 werd ik schatbewaarder van de kerkfabriek, als opvolger van Ree Cools, die verongelukt was. Ik bleef in die functie gedurende 36 jaar. In 1996 werd ik voorzitter na het overlijden van Louis Van Achter (hij was 99 jaar).

De leden van de kerkfabriek hadden een bijzondere plaats in de kerk. Zij zaten rechts in het gestoelte van het hoogkoor. Zij alleen mochten met het centenbakje rondgaan. Alleen bij drukke gelegenheden zoals met de begankenis mochten er schaalmeesters helpen. Na de rondgang werd het geld in een kast in het gestoelte achter slot geplaatst. Enkel de pastoor en de secretaris hadden een sleutel.
De bevoegdheden van de kerkfabriek waren onder meer: onderhoud van de kerk, het verbruik van elektriciteit, gas en water controleren en het jaarlijks onderhoud van de klokken laten uitvoeren. De kerkfabriek heeft geen eigendommen die opbrengen. Het kapelleke van de Schipstraat en van de Letterheide zijn van de kerkfabriek alsook de grond van de parochiezaal.

In 1980 kreeg ik van het bisdom een gouden medaille voor verdiensten voor kerk en kerkfabriek "De Ecclesia Bene Merito Archiepiscopus Mechliniensis".

Rond de afbraak van de oude kerk is er veel gediscussieerd. Maar eens de beslissing genomen, moest er geld in 't bakske komen. Daarom gingen wij met de kerkmeesters elk jaar rond om lotjes te verkopen van Domus Dei. Alle houten meubelen van de nieuwe kerk werden door ons gemaakt zoals altaar, podium, lezenaar enz. Enkele jaren geleden heb ik nog de houten omkadering van de moderne glasramen gemaakt.

Nog enkele anekdotes. De toren van de oude kerk had drie uurwerken, langs elke kant één, behalve aan de kant van de Kleine Amer, omdat die tot in 1958 bij de parochie Puurs hoorde, wat zeer onlogisch was, want bij een begrafenis moest men de kerk van Kalfort voorbij gaan.

Vroeger werd er altijd met twee centenbakjes rondgegaan: één voor stoelgeld en één voor offergeld. Wie voor 't stoelgeld geen gepast geld had, legde zijn centen boven op het bakje en kreeg dan weer. Maar voor het tweede centenbakje waren er soms deugnieten die in plaats van geld te geven, deden alsof en er geld uit weggapten.

Voor het dragen van het Mariabeeld in de processie was er een draagstoel met korte stokken. Het beeld werd gedragen door zes meisjes op één schouder. Om hun werk te verlichten heb ik in de jaren vijftig een draagstoel gemaakt met vier lange essenhouten stokken, zodat het beeld door acht meisjes op beide schouders kon worden gedragen. Omdat ze niet allemaal even groot waren, werden er ijzeren bakjes gemaakt door carrosserie Van de Velde van de Kalfortbaan. Deze werden bekleed met mousse kussentje en op de stokken geplaatst. Met een ijzeren staafje kon men ze verhogen of verlagen.

De leden van de kerkfabriek gingen ook mee in de processie. Zij droegen "den hemel" voor het Heilig Sacrament of gingen er juist achter met een flambeeuw. Vroeger was er de broederschap van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Traan. Ook zij gingen mee in de processie met een flambeeuw. Bij de begrafenis van een lid, gingen de andere leden met een lantaarn mee vanaf Wittes tot aan de kerk.

Mijn grootste bekommernis is de leegloop van de kerken. Waar gaat de toekomst van de kerk naartoe als de mensen de zondagsmis verwaarlozen? Voor mij is een zondag zonder mis geen zondag. Zelfs als ik ziek ben, heb ik spijt dat ik niet kan gaan. Maar ja, de moderne mens heeft andere behoeftes. Maar of zij gelukkiger zijn, dat betwijfel ik sterk!

Al bij al is Maurits geen doemdenker of pessimist. Hij hoopt maar alleen om samen met Jeanne nog vele jaren rustig te mogen genieten van hun oude dag. Dat wensen wij hem dus ook van harte en wij danken hem namens de hele parochiegemeenschap voor de jarenlange inzet voor onze parochie!

Maurits, het ga je goed!

© Niets van deze teksten mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze ook zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

© Kalfort virtueel > Graag uw reacties