Kroniek van Kalfort, 1870-1875


Twee belangrijke openbare figuren staan centraal in deze kroniek. In de gesloten landbouwmaatschappij van het einde van de 19de eeuw waren de burgemeester en de pastoor de meest toonaangevende figuren. In 1873 werd een nieuwe burgemeester aangesteld. In 1874 kwam daarbij ook nog een nieuwe pastoor. Beide personen waren zonder enige twijfel onderwerp van gesprek in de vele Kalfortse herbergen! De conservatieve orde der dingen werd niet in het minst verstoord, want pastoor Van den Bossche en burgemeester Verbelen zouden het goed met elkaar kunnen vinden en er voor ijveren dat er weinig tegenspraak was in een tijd die werd gedomineerd door katholieke vooraanstaande politici en geestelijken.

Een nieuwe pastoor

In de pastorij was het een komen en gaan. Op 30 maart 1873 werd onderpastoor Jaspers in Heffen tot pastoor benoemd. Hij verliet Kalfort. In december van dat jaar overleed pastoor Cornelius Van Schelle, "ten gevolge eener geraaktheid". Op donderdag 4 december werd hij in Kalfort begraven. In naam van het broederschap van de H. Franciscus Xaverius sprak F.S. de volgende lijkrede uit:

"Beminde medebroeders, met onvaste en wankelende schreden traden wij op dit stille en eenzame doodenveld, waar onze betraande ogen slechts op een geopend graf nederblikken, dat weldra het stoffelijk overschot, onzes dierbaren Herders gaat verzwelgen.

Doch, vooraleer de kille aarde dien kostelijke pand aan onze ogen ontrukke, zij het mij gegund, in naam van al onze medebroeders, een laatste hulde te brengen aan onze geliefde herder, aan onze achtbare stichter, aan onze wijze bestuurder. Ja, hij wiens dood wij hier betreuren, mag voorzeker als een toonbeeld van ijver, verkleefdheid en zelfopoffering worden geroemd. Nauwgezet op zichzelf, leefde hij enkel voor het geluk zijner schapen, hun aller heil was zijn vurigst verlangen, zielen winnen om ze tot hun edele bestemming op te leiden, was het enige doel van al zijn streven. Het was deze zucht naar het heil zijner parochianen, die steeds zijn ijver prikkelde, en hem aanzette tot het stichten van ons dierbaar genootschap van de Heilige Franciscus, wier vooruitgang en bloei hem zo nauw aan het hart lagen. Ja, nog daags voordat zijn reine ziel dit tranendal verliet, sprak hij mij van zijn geliefde Xaverianen; zijn geest zweefde te midden van ons; en niettegenstaande de pijnen van zijn zieltogend lichaam, wijdde hij zijn gedachten aan het welzijn zijner parochianen.

Wenen wij vrij, beminde Medebroeders, ons verlies is groot; maar ook benijden wij hem de Hemel niet, die hij zich koos. Reeds - zo hopen wij - draagt hij de kroon der onsterfelijkheid. En gij, Eerwaarde Herder, achtbare bestuurder, ontvang onze innige dank voor uw tedere bezorgdheid ten onzen opzichte. Uw heilzame lessen, uw vaderlijke vermaningen en treffende voorbeelden zullen steeds in onze harten bewaard blijven, als de kostelijkste pand, welke gij ons hebt nagelaten.

Rust dan zacht in de schoot der aarde, en dat de barmhartige God u in het verblijf der gelukzaligen opneme. Vaarwel, Eerwaarde Heer Pastoor! Vaarwel!"

Op zijn beurt roemde Jozef Seliën namens de onderwijzers in zijn lijkrede de overleden pastoor om zijn bekommernis voor de opvoeding van de jeugd.

Drie weken laten benoemde de aartsbisschop van Mechelen Egidius Franciscus Van den Bossche, tot dan onderpastoor in Wolvertem, tot pastoor in Kalfort. Op maandag 29 december 1874 werd Van den Bossche plechtig in Kalfort ingehaald.

"Maandag namiddag heeft de plechtige instelling plaats gehad van den eerw. heer Van Den Bossche als pastoor van Calfort (Puers). De inwoners hebben hunnen nieuwen herder op eene weerdige wijze ontvangen en verwelkomd. Verscheide aanspraken en gelukwenschingen werden hem toegericht, in name van de parochianen, der broederschappen en maatschappijen van zijne nieuwe parochie. In de pastorij werd de nieuwe herder verwelkomd door den heer Burgemeester in naam van den gemeenteraad. De eerw. heer Deken van Boom deed de installatie, vergezeld door vele geestelijken der omliggende parochiën. Een schoone stoet was den eerw. Pastoor tegemoet gereden; 's avonds had ter zijner eer eene algemeene verlichting plaats, onder welke het fanfarengenootschap hem met eene serenade vereerde."

Een nieuwe burgemeester

Op een regenachtige dinsdag 27 april 1873 werd Jan Baptist Verbelen als nieuwe burgemeester van de gemeente Puurs ingehaald. Hij werd aan de Coolhemdreef opgevangen en onthaald door eerste schepen Denis Cloostermans. Ook pastoor Cornelius Van Schelle deed zijn woordje:

"Wat de geestelijke overheid aangaat, achtbare burgemeester, die erkent in U de zendeling van God, aan wie iedereen, wat het tijdelijk aangaat, eerbied en gehoorzaamheid verschuldigd is. Wij uiten de innige wens dat de eendracht, die de macht uitmaakt, en die zo nodig is tot het welzijn onzer parochie, altijd tussen de wereldlijke en geestelijke Overheid zal blijven voortduren en dat wij allen maar een oogwit in alle onze ondernemingen zullen hebben, dat is het tijdelijk en eeuwig geluk der inwoners van Puers en Calfort."

Na nog een welkomstgroet door mijnheer De Ries-Vandewalle namens de organisatie van de inhaling, zette de stoet zich om twee uur in beweging. De huizen waren overal versierd. Aan het gemeentehuis werd de kersverse burgemeester opgewacht door de fanfare van Kalfort en de harmonie van Puurs. Hier werden nog toespraken gehouden door de heren Baeté en De Cock, de laatste als jongste lid van de gemeenteraad.

De burgemeester beantwoordde al de gelukwensen als volgt:

"Mijnheren, ik neem hier het bestuur over uit de handen van mijn achtbare collega en vriend Mr. Cloostermans, die het reeds met veel iever voorlopig heeft voortgezet, en in wiens voorzichtige handen ik een gedeelte mijner plichten en attributen reken over te geven; het verleden geeft mij de verzekering dat ze weerdig en behendig zullen gekweten worden. Ofschoon ik reeds 16 jaren tussen u in de raad zetel, en mijn denk- en handelwijs gekend zijn, vermeen ik nochtans voor mijn in ambtstreding mijn gedragslijn te moeten doen kennen.

Ik heb deze belangrijke functies niet uit eerzucht of personele voldoening; neen, maar als een zending van vrede, aangenomen; mijn eerste en bijzonder oogwit zijnde, de eendracht tussen alle de fracties der gemeente te brengen en te doen heersen. Ik reken daar in te gelukken door een onpartijdig bestuur, met recht te verschaffen aan arm en rijk, aan eenieder, zonder aanzien zijner gezindheid of denkwijze.

Ik zal verder al de belangen der gemeente bewaken en voorstaan, en bijzonderlijk trachten verbeteringen te brengen aan straten, wegen en alle openbare communicaties.

Het openbaar onderwijs zal ook mijn zorg en aandacht opwekken, terwijl ik overtuigd ben dat de goede opvoeding en het goed onderwijs der jongheid de enige paal is die men kan stellen aan de overdreven bedervende leerstelsels die de samenleving vernielen.

Nu, Mijnheren, gij mijn toekomende handelwijs in de uitoefening van mijn ambt kent en zo ik hoop uw goedkeuring meedraagt, durf ik met vertrouwen uw medewerking en ondersteuning inroepen, doch ik weet dat zulks onnodig is, terwijl mijn achtbaren collega en vriend, Mr. De Cock, mij er in uw naam de verzekering komt van te geven.

Ik betrouw mij verder ook op de goedwillige medewerking van alle de beambten der gemeente. "Eendracht maakt macht", zegt onze nationale zinspreuk. Ook heb ik de verzekering van alzo in mijn ondernemingen te gelukken. Ik neem deze gelegenheid waar om aan U en aan alle mijn medeburgers mijn diepste en vurigste gevoelens van erkentenis uit te drukken, voor de buitengewone tekens van vertrouwen, van verkleefdheid en van vriendschap, die zij mij betoond hebben; ook zal ik ze nooit uit mijn geheugen verliezen en zij zullen mij altijd dienen tot aanwakkering om de plichten van mijn ambt met iever en vlijt uit te oefenen. Dank dus aan alle de inwoners van Puers."

Na nog een hulde door Florent Winkelmans namens de Bolsociëteit, waar Verbelen erevoorzitter van was, werd nog een fakkelwandeling door de twee muziekmaatschappijen gehouden.

De dag nadien werd de burgemeester in Kalfort ontvangen. Het dorp was speciaal verlicht. De harmonie van Puurs werd bij aankomst in Kalfort met 21 kanonschoten begroet. Leopold Vansegbroeck zorgde voor de kanonschoten. De burgemeester kwam om 8 uur aan. Hij werd verwelkomd door Mr. De Keersmaeker, voorzitter van de fanfare. In de zaal van Verdickt op de brug werd een heildronk gehouden. Er werd speciaal gevraagd naar samenwerking tussen de muziekmaatschappijen van Puurs en Kalfort. Nadien werd een opnieuw een fakkeltocht georganiseerd. Er was veel volk op de been. "De verlichting en versiering overtroffen waarlijk degene van Puers". Maar net als de dag voordien viel het weer wat tegen. Het "smokkelregende", zoals Het nieuwsblad van het kanton Puers schreef. Om tien uur werd er afscheid genomen.

Ongevallen

Op 2 januari 1871 speelde de 13-jarige zoon van P.C. Denaeyer (Pierre Pap genaamd) met een geladen geweer, in een kamer waar de 28-jarige Cecilia Van Segbroeck aan het naaien was. Op eens ging het schot af en de naaister werd aan het aangezicht doodsgevaarlijk getroffen.

De 26-jarige Kalfortenaar F.C. dreigde op de avond van 28 april 1873 in dronken toestand met brandstichting. Omdat "de schelm een oud-veroordeelde en zeer gevaarlijke kerel is", vreesde men dat hij zijn bedreigingen zou uitvoeren. De gendarmen werden verwittigd. Die lukten erin, niet zonder moeite, de dronkaard aan te houden.

Op woensdag 3 december 1873 zag een vrouw van Ruisbroek de 27-jarige Kalfortenaar Coppens in een boom zitten. Hij zei tot haar: "Het zal met Coppens niet lang meer duren; ik heb de koord al vast gebonden, waarmee ik me ga ophangen." De vrouw zag verschrikt omhoog. "Op hetzelfde ogenblik liet Coppens zich met de strop aan de hals uit de boom vallen en zijn lichaam slingerde in de ruimte. Vol angst liep de vrouw haastig naar het dorp, maar toen men er bij gekomen was en de koord had doorgesneden, had de rampzalige reeds opgehouden te leven."

In augustus 1874 viel een driejarig kind, Rosalie Lauwers, wonende bij haar ouders in Kalfort, in een waterput en verdronk.

Op 8 september 1874 verbrandde een graanmijt, eigendom van de Eikevlietenaar G. Maes. Men veronderstelde dat de brand was aangestoken.

Van alles wat…

Op maandag 29 augustus en donderdag 1 september 1870 organiseerde cafébaas Segers van "De Zwaan" een groot bal ter gelegenheid van Kalfort Kermis. De "Maatschappij van den Edelen Handboog (Guillaume Tell)", gevestigd in "St. Joseph" bij Modest Van Ingelgem, gaf een schieting van 20 fr., verdeeld in 4 prijzen, op zondag 4 September 1870. De inleg was bepaald op 1,5 frank.

Het bestuur van de Boomteelkundige Kring van het kanton Puers deelde de lijst mee van de liefhebbers, die hadden deelgenomen aan de tentoonstelling van vruchten, die plaats had op zondag 23 oktober 1870 in "'t Gemak" in Bornem. De enige Kalfortenaar in de erelijst was de heer Van de Wiele (Coolhem), die werd genomineerd voor een "verzameling van vruchten".

Op vrijdag 16 juni 1871 werd de 25ste verjaardag van het pausschap van Pius IX gevierd. Ook in Puurs gebeurde dit. Met een plechtige mis om negen uur en een lof om acht uur. Na de mis werd er door het "bureel van weldadigheid" (het OCMW avant la lettre) een uitdeling van tarwe brood aan de armen georganiseerd in de kerken van Puurs en Kalfort.

En tot slot een merkwaardig verhaal dat zich in Kalfort afspeelde op 14 januari 1874. "Woensdagavond, rond 8 ure, had er alhier een klopjacht plaats op een verken (geen wild verken wel te verstaan). 't Verken van Baasken van de Brug was uitgebroken, sprong in de beek en zwom recht naar Liezele; met lantaarns en stokken gewapend liepen de geburen de weide in om den witten zwemmer te vangen, men kon hem niet uit 't water krijgen, doch men gelukte er in hem terug te doen zwemmen. Terug aan de brug gekomen was hij hun te rap en zwom er onder door en zo zekere Aerts niet in 't water gesprongen was, voor de brug van den ijzeren weg, zou hij hun nogmaals ontsnapt zijn en misschien nog zwemmen. In triomf werd de moedige zwemmer gevankelijk naar zijn kot gebracht, maar Aerts, die jongen was zeer nat en 't Baasken dronk er zich op zat! 't Schijnt dat de verkens te Calfort een complot hebben gemaakt, want voor enige tijd zijn er drie te gelijk bij een zijner geburen uitgebroken." Van Schelle

Nullamlacus dui ipsum conseque loborttis

Nullamlacus dui ipsum conseque loborttis non euisque morbi penas dapibulum orna. Urnaultrices quis curabitur phasellentesque.

Continue Reading »