Kroniek van Kalfort, 1865-1870


Voor dit nummertje van De Kalfortse Klok doorploegden we het Nieuwsblad van het kanton Puers van 1865 tot 1870. In deze vijf jaar gebeurt er weer van alles waarover in het kleine Kalfort duchtig zal zijn gepraat. Want praten doet men nog veel in deze tijd zonder radio en televisie en wanneer zelfs de krant maar door een beperkt deel van de bevolking wordt gelezen. In elk geval zal de aanleg van de spoorweg naar Sint-Niklaas niet ongemerkt zijn voorbijgegaan. In 1869 start men met de werken voor de brug over de Schelde in Temse. Eind 1865 overlijdt koning Leopold I. Leopold II wordt zijn opvolger op de troon. Kalfort krijgt een nieuwe pastoor (en een nieuwe pastorij) en een nieuwe hoofdonderwijzeres. Samen met de ditjes en datjes van die tijd vormt het weer voldoende materiaal om dit artikeltje te vullen.

Onderwijs

Heel wat onderwijsberichten in die tijd. Elk jaar maakt het gemeentebestuur van Puurs bekend dat de plaats van ondermeester in de gemeenteschool in Kalfort openstaat. De jaarlijkse voordelen die eraan verbonden zijn, wisselen wel van jaar tot jaar. De vaste jaarwedde blijft 400 frank. Maar afhankelijk van het aantal "arme" en "betalende" leerlingen verandert het loon. In 1865 ontvangt de ondermeester 317 frank voor het kosteloos onderwijs aan de arme kinderen en 129 voor de betalende leerlingen; in 1866 respectievelijk 536 en 125 frank; in 1868 290 en 96 frank. Van een wisselend inkomen gesproken!

In 1868 wordt er een nieuwe "onderwijzeresse" en "ondermeesteresse" benoemd. Voor hen bedraagt de vaste jaarwedde respectievelijk 500 en 450 frank; de "schadeloosstelling" voor het kosteloos onderwijs aan de arme kinderen 350 en 175 frank en de schoolgelden van de betalende leerlingen 150 en 75 frank. Uiteindelijk wordt Jeannette Verschilde uit Herentals benoemd tot hoofdonderwijzeres van de meisjesschool van Kalfort. Zij kon de nieuwe school met onderwijzerswoning betrekken die in 1866 was aanbesteed. Onderwijzer J. Feytens vertrekt uit Kalfort en zoekt zijn geluk in Bornem.

In april 1865 vernemen we dat G. Vleminck en H. Feytens het examen van onderwijzer hebben afgelegd. Beiden behalen het diploma van bekwaamheid "hetwelk luidt dat de eene met vrucht en de andere met groote vrucht, de studiën der normaalschool van Lier hebben volbracht."

Overlijdens en ongelukken

In maart 1865 overlijdt de heer Vanden Poel, de vroedmeester die zich ook verdienstelijk maakt door het toedienen van koepokinentingen aan de kinderen, "aan de gevolgen eener verstopping". Voor Kalfort is het overlijden van de 64-jarige Vanden Poel die bekend staat als een "braaf en algemeen bemind burger" een groot verlies. Hetzelfde jaar in september is een andere Van den Poel slachtoffer van een verschrikkelijk ongeluk.

"Een yzingwekkend ongeluk is vrydag in den morgend te Obourg voorgevallen. De onderchef der statie de jonge heer Van den Poel, van Puers-Calort, stapte over de baen om zynen dienst te gaen waernemen, wanneer hy door eenen trein, die hy niet bemerkt had, werd omgeworpen en op zulke schrikkelyke wyze verminkt, dat men in alle richtingen zyne verbryzelde lichaemsdeelen moest by elkanderen zoeken. Men voerde zyne vermorzelde overblyfsels met eenen kruiwagen naer de statie."

Verder vernemen we dat begin 1866 de hoog zwangere "vrouwe Fraweel van Calfort" van haar stoel tuimelde en dat Dr. De Cock uit Puurs haar onmiddellijk liet berechten. De gepensionneerde veldwachter Diercx viel in juli 1867 "schielijk dood".

Een nieuwe pastoor

In juli 1865 overlijdt eerwaarde heer Van Heymbeeck op 66-jarige leeftijd. Het aartsbisdom stelt Cornelius Van Schelle aan als zijn opvolger. Het Nieuwsblad publiceert een uitgebreid verslag van de inhaling van de nieuwe pastoor op donderdag 28 september, dat we hieronder integraal weergeven.

"Op donderdag 28 Sept., was het gehucht Calfort gansch in feest. Bij het krieken van den dag werd door klokken geluid en kanongeschut het feest der inhuldiging der eerweerden pastores der parochie aangekondigd. Op enenen oogslag waren alle gebouwen met vlaggen en jaarschriften versierd en de straten met drijkleurige staken en boomkens geplant. Pyramiden, naar eenen kieschen smaak met loover en bloemen bekleed, werden bij vorm van praalbogen opgerecht; op elken bemerkte men een der voorletters V.S. (Van Schelle) welke op eene eigenaardige en kunstig bewerkte wijze tusschen het andere groen uitschenen.

Ten twee uren werd den nieuwen herder, onder luide heilkreten en uitbundig handgeklap, aan den Handboog ontvangen, en door de harmoniemaatschappij van Puurs met het aangename "Waar kan men beter zijn" begroet. De leerlingen der gemeenteschool en de zangmaatschappij voerden beurtelings een lief choorstuk uit, en de stoet, welke hem zegevierende de parochie wilde binnen brengen, stelde zich op gang.

De stoet was zeer eenvoudig, en verdiende juist daarom de algemeene goedkeuring. Een vijftigtal weluitgedoschte ruiters, de leerlingen der gemeenteschool met vaantjes of bloemtuilen; de leden van het broederschap O.L. Vrouw, de muziekmaatschappijen, een vijftigtal witte maagdekens, welke voor het rijtuig des verwelkomden bloemen strooiden, en een 20-tal grootere, welke zijn epeerden met blauwe zijden linten geleidden; ziedaar alles waaruit hij bestond. Achteraan kwamen een groot aantal rijtuigen, welke de heeren kerkmeesters, gemeenteraadsheeren en leden van het armbestuur voerden. Gedurende gansch den tocht liet de harmonie eene schoone en best uitgevoerde muziek hooren, en na de kerkplechtigheid vereerde zij den zeer eerw. Heer pastor met eene serenade. Ook de zangmaatschappij bleef hierin niet ten achter; zij voerde op hare beurt, tamelijk wel, eene allerschoonste leenspreukige cantate uit.

Ten zes en half uren nam de beweging, na eene uur rust, hare levendigheid weder. Het kloksein ging gegeven worden voor de verlichting. Nauwelijks waren de eerste tonen op den kerktoren getampt, of gansch het dorp stond als bij tooverslag in alle kleuren verlicht. Hier was het eene ketting van ontelbaar kaarslicht, daar fijne kleurglazen, verder chineesche lantaarnen of luchters. De pyramiden welke wij daar even met het schoonste groen zagen overtogen, staan thans in lachend vuur afgeteekend, en de voorletters V.S., welke vroeger zoo zeer onze oogen troffen, komen hier weêr schitterend uitschijnen.

Doch spreken wij van de St. Bernardus kapelle. Ziet in de verte dien grooten vuurbol boven eene prachtige teekening van kleurlichten. Wij naderen en de vuurbol verandert in eene treffende sterre, welke eenen prachtigen praalboog bekroont. Te midden dier kunstige schakering prijkt in hevig rood den naam Van Schelle. Dit wel opgevatte en kunstig bewerkte stuk is het gewrocht van eenen jeugdigen student, die hier, volgens het algemeen gevoelen, zoo wel als in zijne studiën blijken heeft gegeven van eenen schranderen geest.

En ginds dat prette schoolgebouw, waar men over eene halve uur zelfs nog geen toebereidsels ontwaarde, staat nu bij verrassing met het kunstigste licht overdekt. Die lachende bouwtrant is met smaakvolle afwisselingen van kleur in vurige lijnen afgeteekend en chineesche lantaarnen overspreiden die met een doof licht, dat het gansch gebouw tooverend als in de verte verplaatst. In de middenvenster bevindt zich een doorschijner, op welke eene 12-tal welgedachte verzen te lezen staan, en welke met een vleiend loofwerk is omkranst. Het is prachtig, waarlijk prachtig. Gaan wij het niet voorbij zonder opentlijk onzen dank te doen hooren aan den behendigen bestierder dezer school, die zich niet alleen met al de vermoeinissen van het regelen der plechtigheid heeft willen gelasten, maar zich nog groote onkosten weet te getroosten, om eene verlichting voort te brengen, welke door herhaalde bravos en handgeklap werd toegejuicht en wij in naburige dorpen, ja in steden, als overheerlijk hebben hooren roemen. Wij zijn blijde zelfs, hem en zijnen collega van Puurs op dit oogenblik te mogen geluk wenschen, met de belooningen, welke het staatsbestuur hun komt toe te reiken, voor de trouwe vervulling hunner plichten.

Doen wij hier ook hartelijk hulde aan de Ste. Cecilia van Puurs, om de uiterste bereidwilligheid met welke zij dit feest heeft opgeluisterd. De tevredenheid, welke zij aan al de inwoners der gemeente heeft doen smaken, en de dank met welke heel Calfort haar heeft ontvangen, stonden op alle gezichten beter te lezen, dan onze pen bekwaam is uit te drukken. Ook elkeen snelde toe om haar te hooren, want waarlijk heeft de heerlijke uitslag van den prijskamp der hoofdstad, haren reeds gunstig gekenden naam verscheidene graden hooger verheven.

Ook drukken wij ons genoegen uit aan al het volk van Calfort, dat op zoo korte stonden zijnen achtbaren zielenherder de roembaarste ontvangst heeft bereid, en een allerduidelijkst bewijs heeft gegeven van de waarheid onzer vaderlandsche spreuk: "Eendracht maakt macht." I.G."

Voor de nieuwe pastoor is er een nieuwe pastorij. Ze wordt eind 1866 aanbesteed.

En nog feest…

De kermis blijft natuurlijk het belangrijkste evenement in Kalfort. Vermelden we dat in 1865 bij Bernardus Segers in De Groote Zwaen twee keer groot bal wordt gehouden. Om negen uur kan men binnen voor de prijs van 50 centiemen. In 1868 doet het fanfaregenootschap van Eikevliet een uitstapje naar Kalfort kermis. De fanfare trekt door Kalfort "onder het spelen van enige pas-redoublés, om zich te begeven op het Brughuis, by d'heer Verdickt, waer deszelfs genootschap eenige stukjes muziek zal uitvoeren".

Op 1 september 1868 wordt Meneer Van de Wiele feestelijk ingehaald op zijn kasteel (Coolhem) t.g;v. de terugkomst van zijn huwelijksreis. Ook de harmonie van Puurs was van de partij.

Ditjes en datjes

Wat allemaal als nieuws wordt beschouwd, lezen we in april 1865: "Men meldt ons dat er op den Kleinen Hamer te Puers eene vrouw woont genoemd Maria-Anna Huyge, beter gekend Marjanne Depont, oud 92 jaren, die nog struis en kloek is en beter ziet dan hare 56-jarige dochter. Over weinige dagen was de dochter aan het naeiwerk en was gedurig bezig met tasten om den draed door de naelje te krygen, toen de oude Marjanne het bemerkte en haer toeriep: "Wat zit gy daer weer te broddelen, geef my de naelde en draed hier, 'k zal ik er den draed insteken, want gy broddelt altijd als ge iets doet, broddeles!", waerop zy de naelde nam en de eerste reis den draed door de oog stak."

Op de prijskamp t.g.v. van de "Landbouwtentoonstelling graan, vlas, voederwortelen en fruit" in het lokaal van de harmonie, halen ook enkele Kalfortenaren prijzen. H. Bloete haalt de tweede prijs voor "haver"; B. Segers haalt de eerste prijs voor "kolen"; in dezelfde afdeling haalt De Hertog de tweede prijs.

Tenslotte

In 1867 neemt het Nieuwsblad een uitgebreid artikel op waarin waarin ingegaan op de klachten over de prijs van het brood. Door de hoge graanprijzen steeg de prijs van het levensbelangrijke brood hoog, waardoor vele arme mensen hun gezinsbudget sterk zagen dalen. En hoeveel kostte toen een brood? "Een brood van A of eerste soort kost nu fr. 0,54 per kilo; een brood van de B of tweede soort fr. 0,49." Niets is meer wat het geweest is… Kalfortdorp

Nullamlacus dui ipsum conseque loborttis

Nullamlacus dui ipsum conseque loborttis non euisque morbi penas dapibulum orna. Urnaultrices quis curabitur phasellentesque.

Continue Reading »