Gaan dienen


Talloze dienstmeiden en knechten bevolkten tot in het midden van de twintigste eeuw de kelderkeukens, linnenkamers en zolders van kastelen en burgerhuizen. Dag in, dag uit, stonden ze 24 uur op 24 ter beschikking van hun werkgevers. In de tweede helft van de negentiende eeuw was deze sector met 175.000 werknemers één van de belangrijkste werkverschaffers van het land. De crisis op het platteland was er de oorzaak van dat ouders hun kinderen naar de stad stuurden om daar te "gaan dienen". Ook in Kalfort was dit lot aan vele meisjes beschoren. De meesten bleven anoniem.

Tijdens een zoektocht in het Nieuwsblad van het kanton Puers werd er één dienstmeisje springlevend. We vertellen graag wat Regina Borms uit Kalfort in 1885 overkwam aan de hand van de originele bron.

Verleden week zat Regina B. in de trein. Zij reed naar Aalst en had een pakje kleren bij zich. Een zeer fatsoenlijk heer had haar in 't compartiment vervoegd, waarin zij in de statie alhier plaats genomen had. Welhaast knoopte hij met het argeloze meisje een gesprek aan en luisterde met schijnbare belangloosheid naar haar vriendelijk praten. Regina vertelde hem dat zij zich naar Aalst in een dienst begaf; wie haar ouders zijn, en dat deze op het gehucht Den Aspot onder Puers-Calfort wonen enz. "Maar als gij gaat dienen in de stad, Regineke, is het wonder dat gij niet meer kleeren meedoet?" waagde hij heuselijk. Haar ouders zouden haar koffer wel opzenden, als zij het in haar dienst zou gewoon zijn. "Want ziet gij, mijnheer," bevestigde Regina, "als ik het in de stad niet kan gewoon worden, zou dat al kosten verloren zijn." Daarom zou ze binnen enige dagen naar huis schrijven. De trein stopte. Hier volgde een vriendelijk afscheid. Woensdag laatst kwam een vreemde dame te Calfort bij de ouders van Regina. Zij vertelde dat hun dochter het in haar dienst goed zou gewoon worden, dat ze zeer tevreden was en haar ouders liet groeten. Dat goed nieuws deed de ouders van Regina veel plezier. Zij luisterden met belangstelling naar de dame, die hernam: "Ik ben zeker dat ik het met Regina goed zal getroffen hebben en dat zij niet gauw bij mij zal verhuizen." Op het horen dat zij de dame was bij wie hun Regina woont, waren de goede lieden in de weer om Madame van dienst te zijn en vriendschap te bewijzen. Eindelijk en om het port te sparen wist Madame er toe te doen besluiten dat zij Regina's koffer zou meenemen naar Aalst, en dat de zuster van Madame's meid hetzelve naar de statie te Puers zou voeren. De koffer die met kleren, lijnwaad enz. zoveel er in kon, gevuld was, werd op de kruiwagen gezet, en er volgde een zeer hartelijk afscheid, de gelukwensen waren overvloedig. Madame was met het koffer vertrokken. Wie schetst echter de verbaasdheid der bedrogen ouders, toen ze op het einde dezer week een brief van hunne Regine uit Aalst ontvingen, meldende dat zij het goed gewoon was en verzocht haar koffer op te zenden. De "vriendelijke heer" en de "bevallige madame" waren pick-pockets.

Enkele maanden later…

Men zal zich nog herinneren hoe, over enige maanden, een dame de koffer wist in handen te krijgen van zekere Regina Borms van Calfort, welke in de stad Aalst was gaan dienen. Die dame was met de koffer te Buggenhout afgestapt en bij de bakker Simoens gaan overnachten. De beschrijving van die aftruggelarij in ons blad geplaatst en door andere gazetten overgenomen, hadden de bakker doen nadenken en, daar zij juist met de signalementen overeen kwam, haar als de pleegster van dit feit doen aanzien. Tot hier toe waren alle opzoekingen vruchteloos. Zondag avond bood die zelfde dame zich weer bij Simoens aan om er de nacht door te brengen hetwelk haar ook gewillig werd toegestaan. De heer politiecommissaris Lemmens werd verwittigd en hield haar, de maandagmorgend, in de woning van de bakkers aan. De aangehoudene, zekere juffrouw D. woonachtig te Willebroek is met de moeder Borms geconfronteerd en als de plichtige erkend. Zij zal te verantwoorden hebben voor draagster van een valse naam, aftruggelarij en diefte.

Uit het Nieuwsblad van het kanton Puers van zondag 18 oktober 1885, nr. 42 en zondag 14 februari 1886, nr. 7

Wie meer wil lezen over het fenomeen van de dienstboden, vindt interessante informatie in Jan De Maeyer en Lies Van Rompaey (red.), Upstairs Downstairs. Dienstpersoneel in Vlaanderen 1750-1995. Bijdragen Museum van de Sociale Strijd 13. Gent, 1996. Te verkrijgen bij het KADOC, Vlamingenstraat 39, 3000 Leuven.
Kalfortdorp

Nullamlacus dui ipsum conseque loborttis

Nullamlacus dui ipsum conseque loborttis non euisque morbi penas dapibulum orna. Urnaultrices quis curabitur phasellentesque.

Continue Reading »